
Enkelglas
Enkelglas wordt ook wel floatglas genoemd. Dit glas wordt met name
toegepast als separatieglas, maar komt in woonhuizen nog regelmatig als
vensterglas voor. Ook bij renovatie wordt nog enkelglas toegepast.
Historie
Glas is ontstaan door een toevallige samensmelting van zand en soda en
nog steeds bestaat glas uit zand, soda en kalk. De ontdekking gaat terug tot
ongeveer 3500 v.Chr. In die tijd werd glas in brokken verhandeld en in kleinere
stukken, in aardewerken potten, in ovens verwerkt.
Tussen 1500—1000 v. Chr. ontstaat kernglas. Vanuit de hete brei van
gesmolten glas (zo’n 1000 graden Celsius) werd het glas als draden over een
vorm van klei en stro gedraaid. Nadat het glas hard geworden was, werd de klei
ui de vorm geschrapt en ontstond een flesje waarin oliën of zalf werden
bewaard. In deze periode ontstaat ook mozaïekglas.
Een belangrijke ontwikkeling ontstaat rond de derde eeuw v. Chr. Door
het gebruik van een mal met een contramal, wordt verpulverd glas door
verhitting gevormd tot grote glazen kommen en schalen.
De belangrijkste ontwikkeling ontstaat echter rond 50 v. Chr. als
glasblazen wordt ontdekt. In eerste instantie wordt als een pannenkoek
opgerolde glas aan één zijde dichtgeknepen en via de andere zijde opgeblazen.
Door deze manier van werken is het aantal vormen beperkt. Al vrij snel hierna
wordt in de eerste eeuw het vrijgeblazen glas ontdekt. Een makkelijkere en
goedkopere manier van glasblazen waarbij ook meer mogelijk is. Een klompje glas
wordt met behulp van een blaaspijp opgeblazen en met hulpstukken in vorm
gedrukt. De blaaspijpen waren in eerste instantie van glas, maar later ook van
klei en metaal. Deze laatste waren zo’n 15 mm. in doorsnee en 1 tot 1,5 meter.
Ook het vormgeblazen van glas wordt ontdekt. Hierdoor wordt massaproductie
mogelijk. Het klopje glas wordt in een mal opgeblazen tot het de gehele mal
bedekt. Deze mallen waren van hout, steen, klei of gips.
Al in de vierde eeuw ontstaat de eerste vorm
van vensterglas. Door het blazen van een cilinder waarvan de uiteinden werden
afgesneden ontstond een echte cilinder. Door deze in de lengterichting door te
snijden en opnieuw te verhitten in de oven, ontstond een plaatje glas. Het
uiteindelijke procédé werd in industriële vorm tot 1930 toegepast.
België (Charleroi) werd in de 17e eeuw het middelpunt van de
glasindustrie. Men vond er alle grondstoffen en in eerste instantie hout, maar
later steenkool omdat hout voor verwarming van de ovens te duur werd. De
productie in België alleen al, werd in de jaren 1845 en 1885 vertienvoudigd en
bedroeg op het hoogtepunt 155000 ton waarvan 90 tot 95% voor de export was.
Rond 1880 liep, door een verandering in productie, het aantal fabrieken sterk
terug. De uiteindelijke 21 fabrieken waren, rond de eeuwwisseling, goed voor
een productie van zo’n 32.000.000 m2 vensterglas. Hierdoor werd België de
grootste glasexporteur van de wereld.
Rond 1905 werd hard gewerkt aan een nieuwe manier van glas maken.
Volgens het Fourcault systeem. Hierbij werd het glas door een spleet in een
stenen balk omhoog getrokken, waarbij ook tegelijk de band omhoog gedrukt werd.
Hierdoor kon in 1914 de eerste fabriek met mechanisch getrokken glas worden
geopend. De export liep inmiddels op naar zo’n 43.000.000 m2 per jaar.
In Amerika werd het Pittsburgh systeem ontwikkeld. Dit werd in 1921
voor het eerst toegepast de de Pittsburgh Glass Company. Door het getrokken
glas door luchtgekoelde walsen te bewegen, werd het insnoeren aan de zijkanten
voorkomen. Uiteindelijk werd door langzaam te trekken dik glas en door snel te
trekken dun glas verkregen. In een uiteindelijke koelschacht van 18 meter hoog
werd het glas verder afgekoeld.
De derde methode werd door de Amerikaan Colburn ontwikkeld, maar door
het duo Libbey en Owens geperfectioneerd en in 1915 in productie gebracht.
België nam in 1923 dit systeem over onder de naam L.O.B. glas. Het
grootste voordeel bij dit systeem was dat het glas al na 75 cm. Horizontaal
werd gebogen waardoor ook de samenstelling kon worden aangepast. Hierdoor werd
het glas zachter wat zijn voordelen had bij het snijden en slijpen.
Naast het getrokken glas werd glas ook gegoten. Het zogeheten vlakglas
werd vervaardigd, door het vloeibare glas op grote stalen tafels te gieten en
via een stalen rol uit te walsen. Hierna werd het geleidelijk afgekoeld in de
zogeheten koeloven. Als laatste werd het glas geslepen en gepolijst
Fransman Lucas de Nehou (de grondlegger van het glasconcern
Saint-Gobain Glass), was de eerste die dit systeem bruikbaar maakte. Er volgden
echter nog enkele verbeteringen op dit systeem.
Het ‘Float’ proces dat werd geïntroduceerd in 1959, werd ontwikkeld na
de tweede wereldoorlog door de Engelse firma Pilkington Brothers Ltd. Het glas
kreeg hierdoor een brilliante afwerking, met zeer goede optische kwaliteiten.
Gesmolten glas werd op een laag vloeibaar tin gegoten waardoor het
gelijkmatig uitvloeide, waarna het horizontaal als een eindloos lint van glas
op een baan wordt getrokken om verder te worden verwerkt.
Verkoop en toepassing
Wij verkopen floatglas vanaf 2 en 3 mm. dik, wat wordt gebruikt voor
kleine en grotere fotolijsten.
Verder wordt verkocht 4, 5, 6 en 8 mm., welk ook bij ons op voorraad
is. De diktes 10, 12, 15 en 19 zijn niet op voorraad en gaan dan ook op
bestelling.
Enkelglas kan worden verwerkt door toepassing van stofverf of
glaslatten (zie overige producten) met butylene kit (of hoogwaardigere kitten).
Het gaat hierbij dan natuurlijk om de toepassing als vensterglas. Floatglas kan
natuurlijk ook worden toegepast als horizontaal draagvlak aan bijvoorbeeld een
muur of in een vitrinekast. Deze laatste is een toepassing op zich. Ook als
tafelblad wordt dit glas vaak toegepast, echter in het kader van de veiligheid
wordt het glas dan vaak gehard toegepast. U leest hier alles over in de rubriek
Veiligheidsglas